bloem terzake kundig wilden beschrijven zij eerst van het natuurlijk
gegeven een tekening maakten, eventueel naderhand aangevuld door een
aquarel. Behalve dat deze gewoonte de kennis van de betreffende plant
vergrootte op een wijze die op geen andere manier verkregen kan
worden, is het ook zo dat een botanicus door een tekening te maken
zich vereenzelvigt met het onderwerp en dit toegang biedt tot zijn
geheugen waardoor de innerlijk situatie ontstaat dat hij met het
vegetatieve functioneren, d.w.z. men bedoelt daar meestal de
stofwisseling van de mens mee, van zijn denken en zelfbeheersing over
zijn lichaam een beeld zich kan vormen van de betreffende plant dat
voor de wetenschap bijzonder kostbaar en van grote betekenis is.
Dat veel botanici waaronder ik mij gaarne reken maatschappelijk enigszins als uitzonderlijk worden ervaren en dat zij ook in hun communicatie als wat onduidelijk
of speciaal worden beleefd mag gezien het terrein van onderzoek geen wonder heten.
Maar het zal zo zijn dat ik ervan geleerd heb dat er sprake is geweest van
uitzonderlijke redenen om mij geroepen te weten met het onderwerp mij te occuperen en de voordelen die deze kennis mij bood en biedt nooit meer te willen verliezen.
Hoewel ik de indruk heb dat het ontstaan van een zekere vergroting van
de afstand welke ik onderhoud ten aanzien van de levende natuur reeds
gaande is om vaste vormen aan te nemen, bleven er nog vragen open ten
aanzien van mijn deelname aan structuren van de samenleving welke
vormen bevatten van modern openbaar bestuur in een geconcretiseerde
aandacht voor wat belangrijk mag worden geacht in het kader van de
ontwikkelingen rondom mijn persoon welke reeds lange tijd eerder in gang zijn gebracht.






